Nieuws

Voorproefje

9 mei 2013

Nu mijn kansen op de arbeidsmarkt nog niet echt willen vlotten en ik per juli pas ga beginnen met het verrichten van vakantiewerk, heb ik besloten om de tijd die ik nog tot juli heb, positief in te zetten. Zo ben ik me eens wat meer toe gaan leggen op het schrijven en lezen van proza. Alvast een voorproefje van mijn eigen vorderingen op het gebied van proza? Ik heb besloten om het eerste gedeelte van een stuk waaraan ik nog werk, te plaatsen. Voor de mensen die nieuwsgierig zijn geworden: Het voorproefje lees je vanaf vandaag hier!

 

—————————————————-

 

                                                                                                  I

 

Ik heb de woonkamer veranderd, de kat voor het eerst in 5 jaar naar buiten gedaan. Voor ik weg ga wil ik alles op orde hebben. Ik blijf 3 dagen. Het is de derde keer. Mijn moeder zou me komen ophalen, maar ze is laat. Ik ga bij het raam staan en kijk naar de kraai in de boom. Zijn veren staan alle kanten op, hij lijkt me oud. Ik kan het niet helpen om me af te vragen hoeveel kilometer deze vogel al heeft afgelegd. Hoeveel kilometers kraaien überhaupt afleggen. De vogel lijkt zich nu al dagen niet te verroeren. Kunnen vogels last hebben van bewegingsdrang? Catatonie? Of van depressie? Ik word uit mijn mijmeringen getoeterd. Het is mijn moeder. Ik sla mijn tas over een schouder en stap de grauwe winterdag in. Ik mompel de kraai goedendag.

De geur in een ziekenhuis vind ik maar niks. Het ruikt er naar zieke mensen en naar antibacteriële zeep. Op sommige kamers ruikt het naar de dood. Zieke mensen ruiken naar ziekte, zegt mijn halfbroertje van 6 altijd. Daar heeft hij gelijk in. Ik kan ruiken dat ik ziek ben. Ik kan ruiken dat ik doodga.

 Toen de definitieve diagnose werd vastgesteld door de arts, waren mijn broertje en mijn moeder bij me. Hij sprak ons toe op een een muffig, akelig roomwit kantoor. Hij probeerde meelevend te klinken. Ik had alleen maar oog voor de diploma’s aan de muur.

We wisten niet wat het betekende om 23 te zijn, in de wetenschap dat je niet lang meer te leven hebt. Mijn moeder huilde pas na 2 dagen. Ik heb nog niet gehuild. Ook mijn broertje heeft nog niet gehuild. Inmiddels lig ik aan een infuus en mijn broertje staat zwaar ademend, naast mij. Hij is verkouden. Hij zegt dat hij het vreemd vind dat ik aan een infuus moet omdat ik niet heel erg sterk ruik. Volgens hem kan ik dan niet erg ziek zijn vandaag. Dat vind ik lief van hem. Ik aai hem over zijn gitzwarte haar. We zijn heel erg verschillend, mijn halfbroertje en ik. Hij zegt alles wat hij denkt. Ik zwijg liever. Ik vraag hem om de zak met toffees uit mijn tas te halen. Hij geeft mij er 1 en neemt er zelf ook 1. Luid kauwend probeert hij tussendoor iets te zeggen, maar hij lijkt zich te bedenken en frommelt het papiertje in zijn zak. Halfbroertjes van 6 bedenken zich niet vaak. De man tegenover me lacht ons even vriendelijk toe bij het zien van het ritueel en de kaken van mijn broertje, die de toffee maar niet weg lijken te krijgen.

 

Mijn moeder komt terug met koffie. Ik ben misselijk van het kijken naar de vloeistof die mijn lichaam binnen stroomt. Mijn moeder aait me over mijn hoofd. Ik heb nog een plukje bruin haar hier en daar, waar ik erg trots op ben. Mijn moeder zegt dat ik me beter kaal kan scheren, maar ik vind het wel wat hebben, wat verloren plukjes haar op een kaal hoofd. Mijn vader werd al vroeg kaal en kamde daarom 1 lange pluk van de ene kant van zijn hoofd, naar de andere kant van zijn hoofd. Zo, dat het nog op een bosje haar leek. Wij moesten er stiekem altijd erg om lachen. Als ik zeg dat ik die vroege kaalheid vast van vader heb, kan moeder er niet om lachen. Ze nipt van haar koffie en blijft mijn hoofd maar aaien.

                                                                                                   II

 

 

Het is avond en ze brengen me het eten op een wit dienblad. Moeder en kleine Tim zijn inmiddels vertrokken. De zuster die me het eten brengt heeft een bordje op haar borst gespeld met de naam Annebelle. Ze is nauwelijks ouder dan ik. Waarschijnlijk een stagiaire. Ze kijkt me wat meewarig aan wanneer ze mijn eten op het nachtkastje zet. Bij de aanblik van het gepureerde eten op het te witte dienblad begin ik te spugen. Annebelle schrikt en deinst wat achteruit. Even later hoor ik haar huilen op de gang.

—————————————————

 

 

You Might Also Like

1 Comment

  • Reply Deel 2 | Laura Mijnders 4 juni 2013 at 22:27

    […] Voorproefje […]

  • Leave a Reply