Column

Trots

24 juli 2020

We kijken naar een serie. Mijn ex is nog steeds niet verhuisd. Toen we de woningbouwvereniging belden om te informeren naar de stand van de zaken, vlogen er verschillende vormen van excuses uit de mond van de telefoniste. Corona. Vakantie. Veel huizen die leeg staan. Te weinig mensen in dienst om alles te kunnen bijbenen. En wij maar wachten. In de keuken staan de dozen muren hoog opgestapeld, het lijkt alsof we een fort aan het bouwen zijn. Misschien doen we dat ook wel.

Goed. Bij gebrek aan verhuizing, studie en werk in de tuin dan maar een serie. Fargo. De serie bestaat uit drie seizoenen en zoomt in op criminele gebeurtenissen die plaatsvinden in de Amerikaanse staat Minnesota en omstreken. De serie laat het verhaal steeds vanuit verschillende perspectieven zien. We kijken mee door de ogen van het gezin van de politieman of politievrouw, volgen de interne strijd van de hoofdpersoon en leren de motieven vanuit de crimineel kennen. Vooral het perspectief vanuit het gezin raakt me.

Zelf groeide ik op in een traditioneel gezin. Mijn moeder bleef thuis en verrichte uit pure verveling een hoop activiteiten op school. Ze was knutseljuf, overblijfmoeder en als kers op de taart was het huis altijd brandschoon. Mijn vader was degene die werkte. Hij moest vaak op reis voor zijn werk, waardoor moeder wekenlang met ons opgescheept zat. We waren geen moeilijke kinderen. Toch zagen we hoe moeder onder het dagelijks leven leed. Verveling en het gevoel geen doel te hebben in het leven maakte zich van haar meester. Was dit het dan?

Hoewel we haar interne strijd wel degelijk zagen, was ik trots op beide ouders. Wanneer ze op school vroegen wat mijn ouders voor werk deden, daar moest je dan wel eens een spreekbeurt over houden, wist ik het werk van mijn vader vaak maar moeilijk uit te leggen. Ingenieur bij de Shell. ,,Daar moet je echt heel slim voor zijn’’, kraamde ik dan dikwijls uit.

Jaren later sloeg diezelfde trots op mijn ouders om in beschuldigingen. Boosheid. Waarom was mijn vader nooit thuis? Waarom liet hij het altijd afweten tijdens het avondeten? En waarom was mijn moeder niet eerder voor haarzelf opgekomen? En tenslotte; waar bleven wij in dit verhaal? Mijn ouders waren inmiddels gescheiden toen de boosheid zich begon te manifesteren. Van trots zijn op mijn ouders was geen greintje meer over.

Het is grappig hoe een serie je kan helpen de dingen ineens te overzien. Alsof alles ineens op zijn plaats valt. Het trotse kind. De gekwetste puber. En uiteindelijk de volwassene die dankzij dit proces en emotionele rijping, weer trots kan zijn.

Ook bij mij heeft de boosheid zich weer getransformeerd tot trots. Eindelijk kan ik uitleggen wat mijn ouders doen. Hun motieven begrijpen. Een kennis van me zei ooit: ‘Eigenlijk zijn volwassenen gewoon grote kinderen die maar wat aanklooien.’

Nu over een half jaar de gevreesde 30 er voor mij aankomt, begrijp ik eindelijk wat hij hiermee precies bedoelde.

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply