Skip to main content

Ik open de deur van het kantoor. Mijn collega’s feliciteren me, vertellen me hoe mooi ik eruit zag. Ik voel me schuldig dat ik ze niet heb uit kunnen nodigen en om de verwijtende stem in mijn hoofd enigszins te sussen, heb ik een cake gebakken. Het is vreemd; alles is veranderd en alles is hetzelfde.

Een week geleden stapte ik in een trouwjurk een bar binnen om mijn jawoord te geven. De bar waar mijn vriend en ik precies drie jaar geleden onze eerste date hadden. Ik had het hele daten al opgegeven, maar besloot het toch nog een keer een kans te geven. Een app gebaseerd op muziekkeuze haalde me over. Iedereen die een beetje van heavy metal houdt, weet hoe fijn het is als je samen met een partner concerten kan bezoeken. Toen ik de foto’s van mijn vriend voor het eerst via deze app zag, zag ik een kat, een cowboyhoed en veel bandfoto’s. Blijkbaar een drummer. 

Ik keek nog eens naar mijn eigen foto’s – een selfie inclusief onderkin, een yoga pose waar ik mijzelf nog met wat enige moeite in kan wurmen en een modellenfoto van vijf kilo geleden – en dacht ‘nerd’. Toch vond hij me leuk. We spraken na een week heen en weer appen af op een kunstmarkt in Roden. Van die hele kunstmarkt heb ik niets gezien. Ik zag alleen maar ogen die me aan de zee deden denken en luisterde uren naar verhalen over de bar waarin hij opgroeide. 

Toen we na drie maanden al gingen samenwonen, maakten onze vrienden zich zorgen. En terecht, het ging ook snel. En als mensen zich zorgen maken, betekent dit dat ze om je geven, hoe pijnlijk en irritant die zorgen soms ook aanvoelen. Vanaf het moment dat we samenwoonden, wisten we dat het goed zat. We kunnen over alles praten, ook de irritaties. We hebben elkaar niet echt nodig, maar kiezen er bewust voor om samen te zijn. Niet alleen omdat het leuker is, maar vooral omdat alles lichter voelt wanneer je het kunt verdelen over twee paar schouders. Vaak denk ik aan al die vrouwen die niet om de liefde zijn getrouwd. Omdat het niet kon, omdat het niet mocht, omdat het niet ging. Soms voel ik me dan vreselijk schuldig om mijn eigen geluk. 

Ik ben slechts tien minuten op kantoor en sta nu al te dromen. Vandaag werken we met het hele team aan de positionering van ons bedrijf: een dag waarop we vooral veel praten. Terwijl ik in de keuken een kop thee pak, komt een van mijn bazen naast me staan.
“En, ben je nu ook gelukkiger?”, vraagt hij plagerig.
“Ja absoluut”, zeg ik.
Hij kijkt me wat meewarig aan, alsof hij wil zeggen, ‘kind, je weet niet wat je te wachten staat’. 

In de vergaderruimte plakken we post-its op de ramen. Hierop schrijven we onze gedachten over het bedrijf: waar we mee moeten stoppen, waar we mee moeten starten en waar we mee moeten doorgaan. We krijgen per onderwerp een minuut de tijd, zodat we onze eerste ingeving kunnen opschrijven. Mijn gedachten dwalen af naar een vrouw met een hond die langs kantoor loopt. In mijn hoofd wint meestal de gedachte die het hardste schreeuwt. Soms lukt het me niet om die ene gedachte eruit te filteren en klinken er miljoenen stemmen tegelijk. Of ik nu gelukkiger ben? 

Ja, want er is iemand die mijn schreeuwerige hoofd kent en alsnog van me houdt. Iemand die het niet erg vindt als ik in pyjama en crocs de honden uitlaat. Iemand die het niet erg vindt als ik geen BH draag, ook al zijn mijn borsten er niet meer naar.

Dingen waar we mee doorgaan.