Ik verzilver de
smeekbedes van een lijf
een ritme dat
gedragen dient te worden
de roes is veeleisend, vraagt om
schaamte
oude kranten
herleven zorgvuldig
geleende tijd
de afdruk
van de rasters zijn
als een pantser, een tweede huid,
de splinters van het verstrijken
van de dagen verzamelen zich
onder afgekloven nagels
hier zal nooit een huis
staan van de man wiens
gedachten omstanders verwarren
zo nu en dan
schijnt er bescheiden maanlicht
op de fundering