Skip to main content

Voor Geert Loman en vroegere bezoekers van café Pandius en Regalis

Via Facebook lees ik dat er opnieuw iemand uit mijn kennissenkring is overleden. Zijn zoon heeft de rouwkaart op de Facebookpagina van zijn vader geplaatst. Ik staar een tijdje naar het warrige haar, zijn weemoedige ogen. Vlug reken ik uit, 79. Er is geen goed moment en geen goede leeftijd voor de dood.

Hoewel ik mezelf nog niet zo oud vind, is mijn kennissenkring de laatste tien jaar steeds kleiner geworden. En als kind van een kroegbaas vind ik dat behoorlijk beangstigend; ik ken behoorlijk veel mensen. In mijn hoofd staat de tijd veilig stil; de mensen die ik ken worden er niet of nauwelijks ouder. Het is er altijd zacht zomerweer. Bekenden drinken er hun biertjes op terrassen, halen gedichten uit binnenzakken, delen verhalen over vroeger, bieden me een plek in de wereld. Mijn vader is voor altijd veertig en mijn moeder dertig. Iedereen heeft er nog altijd een deel van het leven voor zich.

De werkelijkheid is zo anders. Elke keer als er iemand overlijdt die ik gekend heb, voelt het alsof er een klein stukje van mijzelf met hen verdwijnt. Mijn herinneringen zijn deels met hen verweven. Wie, behalve ikzelf, kan nu nog bevestigen of ik dat moment dat we samen deelden, correct herinner? Hoe moet dat als ik nog ouder word en er niemand meer bestaat die zich een moment met mij herinnert? De angst om niet herinnerd te worden, voelt soms allesoverheersend. Ze houdt me wakker, schuifelt spottend mijn dromen binnen.

Juf Nelleke, mijn juf in groep 1 en 2, schreef ooit in mijn rapport dat ze me erg gevoelig en verlegen vond. Hiermee voorspelde ze een van de twee juist. Gelukkig heeft me dat later ook veel goeds opgeleverd. Ik zie nog hoe mijn ouders druk met elkaar over de opmerking in het rapport fluisterden. 

Het ding is, als kind van een kroegbaas moet je gevoelig zijn. Je kan niet anders. Hiermee houd je jezelf veilig. Je leert sferen herkennen. Je leert mensen lezen. Je leert klanten te waarderen, van sommige te houden en als dat niet lukt, leveren ze je op zijn minst een goed verhaal op. Nadat de kroeg van mijn ouders failliet ging en omgetoverd werd tot een appartementencomplex, kwam ik nog vaak vaste klanten tegen in de stad. Als we herinneringen ophaalden, voelde het een moment lang alsof alles nog hetzelfde was. 

Zo ook deze man. Je kon precies voorspellen op welk moment hij bij zijn andere stamkroeg zou zitten. Ik begon met het verkennen van poëzie. Ook hij was een dichter en via hem leerde ik weer andere dichters en denkers kennen. Hij vertelde me vaak over zijn zoon en schoondochter. Voor hem en anderen was ik uiteindelijk niet alleen de dochter van de kroegbaas, maar gewoon Laura.

Hoewel ik hem en vele anderen nooit heb verteld, ben ik ze hier dankbaar voor. Dankzij de kroeg en mijn gevoelige aard, kreeg ik de kans om mijn eigen persoon te worden. Misschien is dat uiteindelijk wel waar het om draait. Niet om de herinneringen die je deelt, maar dat elke persoon die je ontmoet, je weer een beetje verder helpt om nog meer jezelf te worden. In mijn geval is dat alles behalve verlegen. En is die gevoelige aard een garantie voor veel piekeren en angsten, maar ook voor diepe en betekenisvolle connecties met mensen die er zijn en waren.

Eindstand: 1 voor Laura, 0 voor juf Nelleke.