Skip to main content

Met trillende handen loop ik het Forum in Groningen binnen. Mijn handpalmen zijn klam en ik heb het gevoel dat ik enorme zweetplekken onder mijn oksels heb. Vandaag word ik geïnterviewd over het schrijverschap. Toen ze me vroegen, had ik heel enthousiast ja gezegd. Maar waar ik niet over had nagedacht, was hoeveel verdiepingen het Forum heeft. 

Vanaf de tweede verdieping wordt het vaak moeilijk. De roltrappen naar boven en beneden lopen niet parallel aan elkaar, maar er zit ruimte tussen. Dat betekent dat je de eindeloze diepte waarin je kunt vallen de hele rit naar boven groter ziet worden.

Dus kies ik voor de lift. Met trillende vingers druk ik op de derde verdieping. Ik probeer op mijn ademhaling te letten, drie seconden vasthouden en dan weer uitblazen. De lift stopt ter hoogte van de bibliotheek. Al snel zie ik dat het interview in het midden van een ruimte plaatsvindt die omringd wordt door boekenkasten. Ik voel me meteen wat veiliger. Nu alleen nog de grote glazen ramen zien te vermijden.

Ik ga zitten op een rode leren bank. Er komen steeds meer mensen binnendruppelen. Terwijl ik mijn agenda dwangmatig bijwerk – ook alles wat ik al heb gedaan maar dat niet in mijn agenda stond moet er alsnog in, inclusief krul – tikt de interviewer mij op mijn schouder.

“Hé Laura, leuk dat je er bent. Wil je nog iets te drinken?”
Ik knik. “Thee graag. Moet ik meelopen?”, vraag ik. Het vliegt mijn mond uit voor ik het doorheb.
“Nee hoor, dat hoeft niet”, zegt hij.
Opgelucht zet ik een krulletje bij vandaag in mijn agenda.

Even later komt hij aanlopen met een kop thee en koffie voor hemzelf. De muziek die eerder zachtjes op de achtergrond klonk, stopt. De presentatrice vertelt wat over het evenement en kondigt ons aan. Ik neem onhandig een snelle slok thee en loop dan achter de interviewer aan richting de barkrukken en het tafeltje dat voor ons is klaargezet.

Het interview gaat als vanzelf. Ik hoor mijzelf allerlei wijze antwoorden formuleren. Wie is deze vrouw? Hoe kan het dat ze zo zelfverzekerd is? Waar is ze op alle andere momenten in mijn leven? Af en toe kijk ik het publiek aan. Mijn blik blijft hangen bij een vrouw die me bekend voorkomt.

Na een kwartier is het interview afgelopen. Ik probeer zo elegant mogelijk het krukje af te stappen, wat maar net goed gaat.

Na afloop blijven een aantal mensen hangen om na te praten. We worden uitgenodigd een drankje op de vijfde verdieping te doen. Ik moet even slikken. Terwijl ik sta te kletsen met de interviewer en bedenk wat ik ga doen, komt de vrouw die me bekend voorkwam naar me toe. Ineens weet ik het.
“Ik wilde je toch nog even zeggen dat ik veel dingen die je zei herken. Ook van het ‘s nachts schrijven”, zegt ze.
Ineens valt het kwartje. “U was mijn docent elf jaar geleden”, breng ik uit. “U begeleidde mij tijdens mijn hbo-opleiding bij mijn afstudeeropdracht.”
“Och natuurlijk”, zegt ze lachend. “Nu weet ik het. Ik dacht al, ik ken haar, maar waarvan. En zeg alsjeblieft ‘je’.”
“Hoe gaat het nu met u? Eh, je bedoel ik. En je schrijft dus ook, wat leuk! Dat wist ik niet.”

Ze vertelt dat ze inmiddels met pensioen is en twee boeken heeft geschreven, waarvan één samen met haar vrouw. In dat boek duiken ze in de wortels van hun familie, om zo delen van zichzelf opnieuw te ontdekken en beter te leren begrijpen.

“Ga je zo boven nog wat drinken?”, vraagt ze.
“Jawel, zeg ik, en slik.”
De interviewer neemt me mee naar de vijfde verdieping. Voor ik het weet sta ik op de trap. Ik probeer me te concentreren op het gesprek en niet naar beneden te kijken.
Eenmaal boven loop ik gauw naar de bar in het midden, ver van de ramen.

Als ik met een kopje thee aan een tafeltje ga zitten, komen mijn oud-docente en haar vrouw aangelopen. Een van hen heeft een croissantje in haar hand, de ander een zakje chips.
“Wil jij niets hebben?”, vragen ze.
Ik schud mijn hoofd.
“Weet je, ik vond het vak dat u gaf juist heel leuk”, zeg ik. “Ik heb er veel aan gehad. Uiteindelijk heb ik veel met beleid en onderzoek gedaan in mijn loopbaan.”
“Dat vind ik nou leuk om te horen. Vaak hoor ik alleen maar moppers. Het vak is misschien niet het leukste, maar juist ontzettend belangrijk, vooral als je in de zorg gaat werken.”

We praten nog lang na: over de noodzaak je altijd verder te blijven ontwikkelen en dat dingen die je juist niet leuk of spannend vindt, je het meest helpen groeien.
Pas uren later loop ik het Forum uit. Ik vlieg nog net niet naar huis. Ik overwon niet alleen die duivelse trap en dat starende gat ertussenin, maar ook een deel van mijzelf. Ik zag een glimp van de vrouw die ik geworden ben.

Ze heeft moed. En ze is sterker dan ik dacht.