Skip to main content

Voor het project Schrijven met een zeehond observeerde ik Kiko en Addie in de zeehondenopvang in Lauwersoog. Wat begon met kijken, riep steeds meer vragen op over gedrag, herkenning en de band tussen mens en dier. Hier lees je mijn volledige dagboekfragmenten.

Week 1: 24 augustus 2026

Voor vertrek merk ik dat ik zenuwachtig ben. Wat doe ik aan? Zien zeehonden kleuren? Zouden ze mij na een tijdje herkennen? Hebben ze een thuis, als in een plek waar ze naar terugkeren als ze weer vrijgelaten worden?

Na een rondleiding door Marco van het WEC staan we uiteindelijk voor het raam van het zwembad waar onze zeehonden verblijven. Ik houd mijn adem in.

Addie is de vrolijke flierefluiter die op de kant ligt en steeds gekke gezichten trekt. Soms lijkt het alsof ze iets heel vies eet. Ik moet denken aan het gezicht van een klein kind. Kiko is wat relaxter. Hij lijkt langer en dikker dan Addie, maar misschien komt dat door de manier waarop hij ligt.

Ze lijken op elkaar en zijn toch zo anders. Twee individuen van een soort die van nature solitair leeft. Als je ze zo naast elkaar ziet liggen, snuit aan snuit, zou je dat niet denken.

Het meest bijzondere dat ik vandaag leerde: volgens Marco kun je zeehonden leren praten. Dat doen ze hier natuurlijk niet, omdat het hun rehabilitatie en uiteindelijke terugkeer naar het wild zou kunnen belemmeren.

Praten met een zeehond, wat een prachtige titel voor een boek.

Week 2: 7 september 2026

Na een week ben ik weer terug van vakantie. Ik heb Kiko een week niet gezien en merk dat ik sterk de drang voel om hem, maar ook Addie, weer te zien. Ik begreep dat Kiko tijdens mijn afwezigheid is overgeplaatst naar fase drie, wat betekent dat hij wordt klaargestoomd voor zijn vrijlating.

Ergens gaat het me te snel. Waar blijft de tijd? Ik besef hoe egoïstisch dat is. Addie zit nu alleen. Ergens voel ik met hem mee. Zou hij zijn maatje missen?

Week 2: 8 september 2026

Kiko

Vandaag ben ik na mijn werk gelijk richting Lauwersoog gesjeesd. De plek trekt aan me. Tijdens mijn vorige bezoek merkte ik al dat er een soort rust over me heen kwam. Ik kan mezelf horen denken en er is alleen maar het kijken, de zeehonden en ik.

Kiko zit in een bad met drie anderen. Ik kan niet helemaal identificeren welke van de zeehonden precies Kiko is, maar ik denk dat ik het weet. De regen klettert aan één stuk door op het dak. Ik sta in mijn groene lelijke regenjas buiten naar ze te kijken. Kiko en, ik denk, Nala, lijken me recht aan te kijken. Alsof ze willen zeggen: hé, jij daar, wie ben jij en wat ga je doen?

Ik kan mezelf niet inhouden en zeg ‘hallo’ tegen ze. Meteen houd ik mijn mond weer, alsof ik iets heb gedaan wat niet mag. Zodra er andere mensen aankomen, duiken de zeehonden weer onder water. Ligt dat aan mij? Ik test het tot drie keer toe. Telkens wanneer ik een tijdje alleen bij ze sta te kijken, komen ze weer naar boven zwemmen. Maar zodra er andere mensen bijkomen, duiken ze onder water. Zijn ze misschien meer op hun gemak met minder mensen om zich heen? Hoe kan dit drie keer precies hetzelfde gaan? Voelen ze aan dat ik geen kwaad in de zin heb en relaxed ben, zoals mijn eigen honden dat aanvoelen? Of ruiken ze mijn hormonen, herkennen ze misschien mijn silhouet? Hoe vaker ik hier kom, met hoe meer vragen ik vertrek.

Nadat ik gedag heb gezegd, kijk ik eerst een tijdje in stilte naar de zeehonden in fase één. Wat zijn ze klein vergeleken met Kiko en Addie. Hun lichamen lijken veel harder te moeten werken dan die van de zeehonden die al een stuk groter zijn. Een van de baby’s heeft een wond op zijn vin. Ik zou hem willen oppakken, in mijn armen willen wiegen en willen fluisteren dat het allemaal goed komt.

Addie

Nu Anja op vakantie is, ga ik namens haar ook bij Addie langs. Zodra ik me in het hoekje bij het raam nestel, komt hij even boven. Ik vraag me af of zeehonden het merken als je er als bezoeker een langere tijd zit. Zou het Addie opvallen dat ik na vijf minuten juist niet vertrek?

Addie lijkt veel beweeglijker dan Kiko. Ik heb me laten vertellen dat hij alleen zit omdat hij goed moet leren eten. Ik vraag me af hoe dat gaat; hij lijkt vooral met de vissen die hij krijgt, te spelen. Hij neemt steeds een vis in zijn bek, maakt wat salto’s onder water, laat hem dan los en duikt er vervolgens weer achteraan.

Hij doet me denken aan een optimistische collega van me. Altijd vrolijk, onbewogen in tijden van stress, altijd zijn eigen vrolijke pad volgend.

Ik heb de neiging om van Addie steeds een ‘ze’ te maken. Is dat omdat hij misschien meer vrouwelijke trekken heeft? Of omdat hij nog wat kleiner en ronder lijkt dan veel andere zeehonden hier?

Hij lijkt ook spelletjes met zichzelf te spelen. In de dertig minuten dat ik er zit, klimt hij regelmatig op de badrand om daar heel even te liggen en zich er vervolgens weer vanaf te laten glijden, alsof hij zich zijn eigen glijbaan voorstelt. Nu het regent, lijkt hij nog actiever dan toen de zon scheen en hij heerlijk lag te pitten in banaanhouding.

Na een tijdje lijkt hij moe te worden van zichzelf. Dat gevoel ken ik. Hij bijt nog wat in een vis om vervolgens op de rand te kruipen en daar te relaxen. Dan valt me op dat buurman zeehond aan de andere kant van de scheidingswand ligt. Onder de scheidingswand kunnen ze net hun snuit doorsteken. Ik zie hoe ze hun snuiten meerdere keren naar elkaar toe brengen, om vervolgens allebei in slaap te vallen.

Zou hij Kiko dan toch missen? Kan een solistisch dier ooit eenzaam zijn?

Ik zeg gedag tegen Addie en loop richting de uitgang. Het centrum gaat zo sluiten. Zeiknat kom ik bij de auto aan. Een gevoel van eenzaamheid overvalt me. Gauw zet ik hard de muziek aan. Thuis knuffel ik extra lang met mijn honden.